|
De meesten deden het vroeger op school beter. En net als ooit in de schoolbanken smokkelen ze er het liefst een puntje bij. Deze krant testte de rekenkwaliteiten van vijf BN’ers met vijf sommen uit het online Bartjens Rekendictee 2011. Jack Spijkerman: ‘Maar twee goed?‘Da’s niet zo best hè’ Door Menno van den Bos & Anne-Martijn van der Kaaden Taal is getuige haar boek ‘zeg maar echt haar ding’. Maar heeft cabaretière Paulien Cornelisse (35) ook iets met cijfers en sommen? ‘Poeh, ik maak ze niet zo vaak meer. Maar vroeger was ik er wel goed in.’ Eens kijken of dat nog steeds zo is. Uit de vijf sommen Cornelisse worden voorgelegd scoort ze twee goede antwoorden. ‘Eigenlijk tweeënhalf, want bij vraag drie had ik wel de goede berekening’, smokkelt ze zich naar een hogere score. Ze had het niet makkelijk met haar huiswerk. ‘Als scholier had ik het vast beter gedaan. Neem die vraag over schaalmodellen: vroeger wist je gewoon hoe dat in werkt. Nu had ik even geen idee meer.’ Cornelisse vindt dan ook dat kinderen niet bang gemaakt moeten worden voor de ‘moeilijke’ vakken rekenen en wiskunde. ‘Of je nou timmerman of psycholoog wordt, je hebt er altijd iets aan. Het is belangrijk dat er veel aandacht voor is op school.’ Ad van Liempt (62) was twee jaar geleden in Zwolle een van de finalisten van het Bartjens Rekendictee . ‘Dat verliep desastreus. Ik had bijna niets goed’, vertelt de journalist en televisiemaker. Van Liempt is naar eigen zeggen een volbloed alfa. ‘Ik was vroeger echt een ramp in wiskunde.’ Toch won hij in 2006 de Nationale Rekentoets van de Volkskrant. Hoewel hij bij zijn eerdere deelname aan het Bartjens Dictee dus een aardige deuk in zijn zelfvertrouwen opliep, wil hij het dit jaar wel weer proberen. Met succes: de godfather van de Nederlandse tv-journalistiek antwoordt correct op alle vragen. Enigszins trots: ‘De eerste twee sommen had ik binnen 40 seconden opgelost.’ Ruim binnen de twee minuten berekentijd die per vraag toegestaan zijn. In het dagelijks leven zit Van Liempt nog vaak te rekenen: ‘Soms zie je belachelijke cijfers in de krant, percentages en dergelijke. Dan reken ik na of het wel klopt.’ Sywert van Lienden (21), student en politiek analist, haalt met drie goede antwoorden eveneens een aardige score. ‘Het was typisch moderne wiskunde’, zegt hij over de sommen, die als korte verhaaltjes opgesteld. ‘Zo kom je rekenen natuurlijk wel tegen in het echte leven. Persoonlijk vond ik dat een beetje irritant, ik ben niet zo van het lezen.’ Sywert werd bekend als mediagenieke voorzitter van het scholierencomité LAKS. ‘In die periode ontdekte ik hoe belangrijk de vakken rekenen en wiskunde zijn. Het is essentieel om logisch te kunnen nadenken om jezelf goed te kunnen uiten.’ Inmiddels doet Sywert maar liefst vier verschillende studies aan de universiteit. ‘Rekenvaardigheden komen mij goed uit in vakken als statistiek. Sowieso wordt niemand slechter van goed kunnen rekenen, integendeel.’ Pijnlijk Dat rekenfouten pijnlijk kunnen zijn, toonde premier Mark Rutte onlangs aan met zijn ‘vergissing’ van 50 miljard inzake de steun aan Griekenland. Van de mensen die ons land besturen mag toch verwachten worden dat ze een beetje kunnen optellen en aftrekken. We nemen letterlijk de proef op de som met Tweede Kamerlid Diederik Samsom (40). De PvdA-politicus lost de Bartjens-vraagstukken in razend tempo op. ‘Dit soort sommetjes spreken me erg aan. Ik heb hoofdrekenen altijd heel erg leuk gevonden. Maar ik moet oppassen voor slordigheid...’ Samsom, die Technische Natuurkunde aan de TU Delft studeerde, is niet helemaal tevreden met zijn score, drie van de vijf goed. ‘Bij de laatste opgave was ik het niet helemaal eens met de vraagstelling. Die vond ik te onduidelijk.’ Hoofdrekenen doet Samsom nog bijna dagelijks. ‘Als Kamerlid werk je natuurlijk ontzettend veel met cijfertjes. Het is echt een voordeel als je snel kunt rekenen.’ Schoolmeester De basis voor dat goede rekenen wordt natuurlijk op school gelegd. Daar weet Jack Spijkerman (63) alles van. De tv-presentator, nu bekend van shows als Wat vindt Nederland, was ooit jarenlang schoolmeester. ‘Rekenen vond ik enig om te geven. Vooral als je het kon toepassen op het dagelijks leven.’ Volgens Spijkerman wordt er in het onderwijs nog steeds goed rekenonderricht gegeven. ‘Ik merk aan mijn zoon van 13 dat het niveau op scholen nog hoog ligt.’ Zelf is hij een echte beta. ‘Maar aan al die moeilijke op de HBS heb ik maar weinig gehad. Het gaat om de basisvaardigheden: optellen, aftrekken.’ Eens kijken wat Spijkerman zelf van zijn lessen heeft onthouden. Hij komt tot twee goede antwoorden. ‘Da’s niet zo best hè. Maar ik vind eigenlijk dat ik er drie goed heb, want vraag 3 leek net een strikvraag.
|
|
| « terug | |



